Wiskunde

Kansberekening

kans om een drol te laten

Kansberekening is best simpel. Met kansberekening kan je uitrekenen hoe groot de kans is om, bijvoorbeeld een loterij te winnen.
In kansberekening zeg je nooit 'er is 50% kans dat je kop/munt gooit', Maar je zegt 'er is 1/2 kans dat je kop/munt gooit.
De formule is dan: P(k)=1/2 

Legenda voor de formule:

  • P= propability (kans dat iets gebeurt)
  • (k)=kop
  • P(k)=de kans dat je kop gooit
  • P=(K)=1/2 = de kans dat je kop gooit is 1/2de kans

Met een dobbelsteen is de kans: 1/6 dat je 1 gooit.

VRAAG: Hoe groot is de kans dat je minimaal 3 gooit?
KLIK HIER VOOR HET ANTWOORD

Flexagons

hexaflexahexaflexahexaflexa

Een flexagon is een vierkant, rechthoekige en zeshoekige vormen die je binnenste buite kan keren en zo verschilende patronen en kleuren kan maken. Hier boven is een Hexaflexagon (zeshoekige flexagon) afgebeeld. Het is uitgevonden door de Britse student Arthur H. Stone die aan de Universiteit van Princeton in de Verenigde Staten in 1939 studeerde. Hij speelde met papieren strookjes en vouwde er een hexaflexagon van. Hij draaide hem binnenstebuiten en was verbaasd toen hij nog een vlak vond. Toen liet hij de hexaflexagon zien tijdens lunch aan zijn friend Bryant Tuckerman. Samen richten ze een club op om de mysteries van de hexaflexagon te ontdekken.

Hier is een filmpje:
De geschidenis van de hexaflexagon en hoe je er een maakt (in engels) 

De stelling van Pythagoras

 

abc verkwiskundeschoolbord met einstein

De stelling van phytagoras is een driehoeks berekening, en de formule is a2+b2=c2. Het is de bedoeling dat je met de lengte van twee kanten
uitrekend hoe lang de derde kant is, en dat doe je zo. Eerst meet je kant a(3x3) en dan meet je kant b(4x4). Voeg dat bijelkaar en je
krijgt c(5x5). Hiermee weetje hoe lang c is door alleen a en b te meten.

Algebra

Algebra lijkt heel moeilijk maar eigenlijk is het best makkelijk. De x en de y geven aan dat je moet uitrekenen welk getal daar in de som moet staan. Bijvoorbeeld: 8=X-2.  je moet de X uitrekenen. Hier is 8 gelijk aan iets min 2. Dus de x is 10. Maar niet alle algebra is zo makkelijk. Je hebt ook moeilijke vergelijkingen. hier is er een:

 2x + 3  =  5x - 15.  Klik hier om het antwoord te bekijken...

Wat zijn de Paradoxen van Zeno?

achillesDeze paradox is bedacht door Zeno van Elea. De snelvoetige Achilles gaat een wedstrijd aan met een schildpad. De schildpad krijgt een voorsprong. Wanneer Achilles het punt A bereikt, waar de schildpad kort tevoren was, is de schildpad intussen bij punt B aangekomen. Arriveert Achilles bij dit punt B, dan is de schildpad intussen aangekomen bij punt C, enzovoorts.

De schildpad daagde Achilles uit voor een hardloopwedstrijd. Hij beweerde dat hij zou winnen als Achilles hem een kleine voorsprong gaf. Achilles moest lachen, want hij was natuurlijk een machtige strijder, snel van voet, terwijl de Schildpad zwaar en langzaam was.

"Hoeveel voorsprong?" vroeg hij de Schildpad met een glimlach.

"Tien meter," antwoordde deze. Achilles lachte harder dan ooit.

"Dan ga jij zeker verliezen, vriend" vertelde hij de Schildpad, "maar laten we vooral rennen, als je dat graag wilt."

"In tegendeel," zei de Schildpad, "ik zal winnen, en ik kan het je met een eenvoudige redenering bewijzen.""

"Kom op dan," antwoordde Achilles, die al iets minder vertrouwen voelde dan eerst. Hij wist dat hij de superieure atleet was, maar hij wist ook dat de Schildpad een scherper verstand had, en dat hij al vaak een discussie met het dier had verloren.

"Veronderstel," begon de Schildpad, "dat je me een voorsprong van 10 meter geeft. Zou je zeggen dat je die 10 meters tussen ons snel kunt afleggen?"

"Zeer snel," bevestigde Achilles.

"En hoeveel meter heb ik in die tijd afgelegd, denk je?"

"Misschien een meter - niet meer," zei Achilles na even nagedacht te hebben.

"Zeer goed," antwoordde de Schildpad, "dus nu is er een meter afstand tussen ons. En zou je die achterstand snel inlopen?"

"Zeer snel inderdaad!"

"En toch zal ik in die tijd verder gegaan zijn, zodat je DIE afstand moet inhalen, ja?"

"Eeh, ja" zei Achilles langzaam.

"En terwijl je dat doet, zal ik een stukje verder gegaan zijn, zodat je steeds een nieuwe achterstand moet inlopen" ging de Schildpad stug door.

Achilles zei niets.

"En zo zie je, elke periode dat je bezig bent je achterstand in te halen zal ik gebruiken om een nieuwe afstand, hoe klein ook, aan die achterstand toe te voegen."

"Inderdaad, daar valt geen speld tussen te krijgen," antwoordde Achilles, nu al vermoeid.

"En zo kun je nooit de achterstand inlopen," besloot de Schildpad met een sympathieke glimlach.

"Je hebt  gelijk, zoals altijd," besloot Achilles droevig - en gaf de race gewonnen.

Conclusie: de achterstand wordt kleiner, maar Achilles haalt de schildpad nooit in. Dit is een paradox, want in werkelijkheid zou Achilles de schildpad wel inhalen.

You are here Leuke wetenschaps vragen! Wiskunde