Vorige week was het de week van het autisme. Maar wat is autisme nou eigenlijk?
Mensen die autisme hebben, hebben moeilijkheden in het omgaan met andere mensen en dingen. Al vanaf hele jonge leeftijd hebben ze moeite met het leggen van contacten met anderen. Iemand met autisme snapt niet hoe
andere mensen zich voelen. Als een persoon met autisme iemand anders ziet huilen, dan kan hij of zij zich daar niet in inleven.
Ze kunnen hier dan bijvoorbeeld hard om gaan lachen. een persoon zonder autisme snapt dat je iemand die huilt niet gaat uitlachen, maar dat je ze juist moet troosten. Mensen met autisme kunnen het niet begrijpen en weten dus niet
hoe ze er mee om moeten gaan.
Als iemand autisme heeft, doet hij of zij het liefst hetzelfde: sommige dingen vinden ze zo leuk, dat ze dat zelfs altijd wel kunnen doen. Ook vinden mensen met autisme het fijn om te weten wat ze wanneer gaan doen. Het liefst
gaan ze elke dag op precies dezefde tijd uit bed, eten en slapen. Voor mensen met autisme geeft dit een rustig gevoel. Zo weten ze waar ze aan toe zijn.
Iemand met autisme heeft bijvoorbeeld ook moeite met het begrijpen van spreekwoorden. Als je tegen iemand met autisme zegt 'nu komt de aap uit de mouw' nemen ze dat gewoon serieus. Mensen met autisme vinden ook moeilijk om 'zomaar' met iemand anders te praten. Even over koetjes of kalfjes praten in de winkel is voor veel mensen heel gewoon. Mensen met autisme vinden dit heel moeilijk.
Er zijn ook verschillende soorten en gradaties van autisme: Klassiek autisme, het Syndroom van Kanner, het Syndroom van Rett, het Syndroom van Asperger en PDD-NOS (Pervasive developmental disorder not otherwise specified).
Foto: Copyright (c) 2003 by Nancy J Price


Iedereen is soms eens boos. Dat kan komen als iets mislukte. Of gewoon omdat je niet zo lekker in je vel zit.